Tjaarda

Anne Idzes Tjaarda 1849 - 1936

Levengeschiedenis

Opgemaakt door I.Tjaarda Sneek

Anne heeft 9 broers en zusters gehad, waarvan 8 zijn overleden. Hij was 6 jaar toen zijn moeder kwam te overlijden op 43 jarige leeftijd, zijn vader een jaar later op 72 jarige leeftijd. Ze zijn beide overleden aan de Engelse ziekte. Hij was dus op zijn zeven jaar reeds wees.
Zijn broers en hij zijn toen in huis gekomen bij de familie Frankema.In 1859 stierf zijn broer Sippe en 1860 zijn broer Jan. Zijn vader was zeer rijk. Daar is praktisch niets van overgebleven. De voogden hadden alles ingepikt. De voogdij was toen nog niet zo geregeld als tegenwoordig.Tante Klas {zuster van vader} woonde in Joure, en wanneer wij daar waren en door het dorp liepen, wees ze ons mensen en winkels aan, en zei dan "die leven van onze centen".

Anne was een echte kwajongen, In die tijd was er nog geen waterleiding en hadden de mensen haast allemaal regenputten bij huis. Soms haalden ze water ook uit de sloot.Bij die regenputten hadden ze vaak ook de emmers en melkbussen staan. Als het dan s'avonds donker was werd door de jongens een bus of een emmer met water schuin tegen de deur gezet, men riep dan van "volk" en wanneer men dan de deur openmaakte stroomde het water naar binnen. Anne was vaak mannetje de voorste. In die tijd had men in de winkels nog heel weinig verpakt,zoals suiker, bloem,bonen, koffie, thee, enz,dit moest allemaal afgewogen worden. Hij zag eens een dienstmeisje lopen met een kan stroop, die moest zij voor haar mevrouw uit de winkel halen. Hij liep met haar op om een praatje en kreeg haar zover dat ze met hem een steegje in ging om te zoenen. Hij zag wel dat ze tijdens het zoenen de kan scheef hield. Hij zolang met haar bewegen zodat de stroop over haar jas liep. Dit soort streken had hij veel.Hij was zeer driftig.Hij werd verschillende keren veroordeeld wegens rebellie[zie bijlage van I.Tjaarda Buitenpost].


In 1868 is Anne Idzes ingeschreven in het militieregister voor lichting 1869 met nummer 35. Wegens broederdienst werd hij vrijgesteld van dienst.

waterdrup

Op 2-12-1875 Trouwde hij met Klaaske Jelles de Jong. Ze waren toen beide 26 jaar oud. Eerst woonden ze op Westermeer bij Joure. Hier hadden ze vermoedelijk een boerderij.Ze kregen 4 kinderen. Twee jongens Ids en Jelle en twee meisjes Geertje en Hinke. Later konden ze een boerderij huren op Kippenburg van Jonker Van Swinderen, hij was de grootste grootgrondbezitters van Friesland (Dit wordt beschreven in het boek de Gaasterlanders).
Een paar honderd meter eerder stond een Hospitaal. De overledenen werden afgevoerd via deze weg vandaar de naam Lijkwei. Ik heb zelf met een oude knecht van Anne gesproken [Sytse ten Brink] Hij vertelde dat Pake Pake(zo noemden we hem} een goede boer was, je moest er wel hard werken maar je voelde je daar thuis. Ook als vakman was hij goed. Geertje, zijn dochter had ook kwajongensstreken, die heeft ze van haar vader had geerfd. Ze hadden een grote herdershond. Als iemand over de weg langs hun boerderij liep, stookte ze hond op, zodat deze de persoon aanviel. Zelf stond ze achter de schuur te lachen.
Op 2-12-1900 waren Anne en Klaaske 25 jaar getrouwd.(Zie huwelijk) Vier jaar eerder zijn broer. Helaas is Beppe Beppe Klaaske op 9 april l918 overleden en in Westermeer begraven. Waaraan ze is overleden is mij niet bekend. Op haar rouwkaart stond "Heden overleed, zacht en kalm , na een zeer smartelijk lijden". Het schijnt geen gemakkelijk vrouw te zijn geweest.

Er is toen een akte van boedelscheiding gemaakt.Deze akte is in het bezit van mijn broer Wolter. Van hem kreeg ik een kopie. Nu kunnen we ziet wat hun bezittingen waren. Ze bezaten toen:

  • 19 koeien
  • 1 stier
  • 6 hokkelingen
  • 3 paarden
  • 4 schapen
  • 4 lammeren
  • 11 kalveren
  • 16 kippen
  • 6 eenden
  • Met een totale waarde van f 7.256.--

    Verder bezat hij:

  • 1 Glaswagen
  • 1 maaimachine
  • 5 hooiwagens
  • 1 dorstmachine
  • 1 gierbak
  • 1 koekmolen
  • Paardetuigen
  • ladders
  • vorken
  • kruiwagens
  • Kippenhok
  • varkenshok enz.
  • rookvlees a f 6.--
  • spek a f 84.--
  • 2 kazen voor f 7.50
  • aardappelen a f 3.--
  • erwten a f 12.--
  • bonen a f15.--
  • 3 kachels
  • div.stoelen
  • kasten
  • bedden, waaronder een ijzeren ledikant
  • potten en pannen, glaswerk
  • gouden oorijzer
  • secretaire[deze staat bij Ciska]
  • verder diverse sieraden totale waarde van f 154.49
  • Aan contanten totaal f 1972.94
  • Aan vorderingen f 2189.-- waaronder een lening aan pake Ids van f 1000.--, pandbrieven en aandelen.
  • Totale waarde ruim f 15.000.--

    Hij was in die tijd een grote boer met 19 melkkoeien en bouwland. Je kunt door deze akte zien dat de etensvoorraad zeer belangrijk was. Toen kon men nog geen blikvoedsel krijgen. In de maand aug was de voorraad nog niet zo groot, want de inmaaktijd moest nog komen. In augustus en september werden de boontjes ingemaakt in wekflessenen, de snijboontjes gezouten in keulse potten. In october en november werden de kolen,wortelen en uien geoogst en opgeslagen in de kelder. Wittekool werd gesneden en ingezouten in een keulse pot(dit werd dan zuurkool). In november/december werd er ook een varken geslacht. Hiervan maakte men worst en die werden samen met de zijde spek opgehangen in het rookhok. De rest werd ingewekt. Zo ging het ook met het fruit.

    In 1920 is hij opgehouden met boeren, hij was toen 70 jaar en op 10 april heeft hij een boereboelgoed.. Hij had toen 23 koeien, 6 hokkelingen, 1 stier, 5 kalveren, 3 schapen, 3 paarden.
    De totale opbrengst was f 13.954.80.

    Zijn zoon Ids woonde toen al in Echten. De boerderij waarop hij woonde, was toen nog van zijn zwager Jan[een broer van beppe Jeltje]. Van hem kocht hij een stuk grond en liet daar een huis op bouwen door de aannemers J.Koopmans en F.Heereman voor de prijs van f 4.243.-- Voor die tijd was het een mooi modern huis. Een grote kamer van ongeveer 4 bij 5 meter en in de achterwand twee bedsteden. Een grote ronde tafel in het midden met houten ronde stoelen met armleuningen, Boven de tafel een Olielamp.(deze hangt nu bij mijn neef Ids, een zoon van oom Anne). Een kast en een secretaire(secretaire staat bij Ciska) stonden tegen de wand. De vloer was geverfd met onder de tafel een kleed. Naast de grote kamer was een klein kamertje, daar zat men overdag. Hier stond ook het kabinet. Achter de grote kamer was een lange smalle keuken met een granieten aanrecht van ongeveer 5 meter lang. In de tuin stond een hok voor de turf en fietsen. Boven de sloot had men een WC-hokje geplaatst. Over het gehele huis was een kale zolder.
    Ik kan me enkele dingen van hem nog herinneren. Hij is in 1936 overleden op 86 jarige leeftijd. Ik was toen 4 jaar oud. Als we daar op visite waren, moest ik altijd bij hem op de schoot zitten aan de ronde tafel, hij begon dan altijd een verhaaltje te vertellen. Wat hij vertelde weet ik niet meer, maar spannend vond ik het wel. Vader kwam eens een keer thuis en vertelde dat Pake Pake van de trap gevallen was en zijn been had gebroken. We zijn later daar nog een keer geweest, hij lag toen in de bedstee. Vader tilde me op en ik moest hem een kusje geven. Een paar dagen later vertelde vader dat hij overleden was. Vermoedelijk aan een longontsteking.


    Bronvermelding

    Notities Ids Tjaarda(1932-2014).









    © 2016 S. Tjaarda algemene voorwaarden links