Klik op de afbeelding om een grotere foto te zien.
8
Schoon ’t kleed geen Mensch iets geven kan,
’t Maakt nogtans menigmaal den man.
9
de schandelijke ledigheid
Heeft velen tot groot kwaad verleidt.
10
Spreekt, wat gij doet, toch nooit een woordt,
dat gij niet wilt dat ieder hoort.
11
die zich in s naasten leed verheugt,
Heeft eene ziel beroofd van deugd.
12
De Smert, die gij geduldig lijdt,
wordt uwen vreugd in later tijd
13
wees wel te vreede met uw deel:
dien niet voldoet, die krijgt niet veel.
14
De ware glorie volgt den held,
Gelijk de schaduw ’t lijf verzelt.
15
Waar men ’t ook zoek, t zij oost, t zij west,
t Huis vindt de brave t allerbest